Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Staphorst 2006

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie Gemeente Staphorst
Officiële naam regeling Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Staphorst 2006
Citeertitel Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Staphorst 2006
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp algemeen

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Regeling vervangt de Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Staphorst 2004.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 147, lid 1.
  2. Gemeentewet, art. 149.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening, Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
04-01-2006 n.v.t. Nieuwe regeling 20-12-2005 De Staphorster, 27-12-2005 Onbekend.

Tekst van de regeling

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

  1. a

    markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 1.2 vastgestelde dag, tijd en plaats;

  2. b

    marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond die bij of krachtens artikel 1.2 is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  3. c

    standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  4. d

    vaste plaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;

  5. e

    dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  6. f

    standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en ten slotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat artikel te bewegen.

  7. g

    standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;

  8. h

    vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

  9. i

    wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste plaats;

  10. j

    anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste plaats;

  11. k

    marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college;

  12. l

    branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep;

  13. m

    het college: het college van burgemeester en wethouders;

  14. n

    levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring ingericht volgens door het college te stellen regels.

Artikel 1.2. Dag, tijd en plaats van de markt

  1. 1

    De markt vindt plaats op woensdag van 8.00 tot 12.30 uur aan de Markt.

  2. 2

    Het college kan op grond van dringende redenen*, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden: a. op een andere dag; b. op een andere tijd; c. op een andere plaats.* dringende redenen zijn o.a. de algemeen erkende christelijke feestdagen, op nieuwjaarsdagen, op biden dankdagen en op door het college op grond van bijzondere gelegenheden daartoe aangewezen dagen.

  3. 3

    Het college is bevoegd te bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met een van de in artikel 2, eerste lid, onder b van de Winkeltijdenwet genoemde dagen.

Artikel 1.3. Inrichting van de markt; branche-indeling

  1. 1

    Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste plaats en als standwerkersplaats.

  2. 2

    Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen (branches); en b. een maximumaantal standplaatsen per branche.

Artikel 1.4. De marktcommissie

  1. 1

    Het college kan een marktcommissie instellen die het college kan adviseren inzake marktaangelegenheden.

  2. 2

    Het college kan nadere regels opstellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie.

Artikel 1.5. Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Wij verwijzen hierbij naar artikel 2.5 voor wat betreft verzorging standplaats, afvalbakken, electriciteit, geluidsapparatuur, alsmede kook, bak- en verwarmingsapparatuur (in de toelichting onder artikel 2.5 wordt op van toepassing zijnde onderdelen nader ingegaan).

Artikel 1.6. Voorschriften en beperkingen

  1. 1

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. 2

    Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Hoofdstuk 2. Bepalingen over het aanvragen en verlenen van de vergunning

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 2.1. Vergunning voor innemen standplaats

Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.

Artikel 2.2. Toewijzing standplaatsen

Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standplaats.

Artikel 2.3. De vergunningaanvraag

Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie.

Artikel 2.4. Intrekking vergunning
  1. 1

    De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.10 de vergunning wordt overgeschreven.

  2. 2

    Het college kan een vergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van een standplaats.

  3. 3

    Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.10 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning ingetrokken.

Paragraaf 2. Vaste plaatsen

Artikel 2.5. Inhoud vergunning

Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college een vergunning waarin in ieder geval is bepaald: a. de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats; het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c. de verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken;d. de artikelen (branche) die de vergunninghouder mag verhandelen; e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitslijst; f. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; g. van wie de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h. welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; en i. welke kook -, bak - en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan.

Artikel 2.6. Inschrijving op de anciënniteitslijst

Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld welke artikelen de vergunninghouder mag verhandelen.

Artikel 2.7. Inschrijving op de wachtlijst
  1. 1

    Het college schrijft de aanvrager in op de wachtlijst, indien: a. de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 2.3, maar aan hem geen vaste plaats kan worden toegewezen; en b. de aanvrager heeft aangegeven dat hij op de wachtlijst wil worden geplaatst. c. de aanvrager het verschuldigde bedrag van € 10,00 per jaar betaald heeft.

  2. 2

    Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval: a. de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager; b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; c. de artikelen (branche) die de aanvrager wil verhandelen; d. de verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst.

  3. 3

    De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari wordt verlengd en het verschuldigde bedrag van € 10,00 per jaar wordt betaald.

Artikel 2.8. Doorhalen van inschrijving op wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: a indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd. b op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; c bij overlijden van de ingeschrevene; d wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste plaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; e indien niet meer aan de vereisten van artikel 2.3 wordt voldaan.

Artikel 2.9. Volgorde toewijzing vaste plaatsen

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste plaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de plaats achtereenvolgens toegewezen aan: a de vergunninghouder van een vaste plaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst: b degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven in volgorde van inschrijving op deze lijst. c het college heeft de bevoegdheid om hiervan af te wijken door bij de toewijzing van een vaste standplaats voorrang te geven aan een branche die nog niet vertegenwoordigd is op de markt.

Artikel 2.10. Overschrijving vergunning
  1. 1

    In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder.

  2. 2

    Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.

  3. 3

    Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

  4. 4

    Het college is bevoegd in bijzonder omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Paragraaf 3. Dagplaatsen

Artikel 2.11. Toewijzing dagplaats
  1. 1

    Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste plaats wordt ingenomen.

  2. 2

    De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór 08.45 uur aanmelden bij de marktmeester.

Paragraaf 4. Standwerkersplaatsen

Artikel 2.12. Toewijzing standwerkersplaatsen
  1. 1

    Het college wijst een standwerkerplaats toe door middel van loting.

  2. 2

    Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkerplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen.

  3. 3

    Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.

Hoofdstuk 3. Bepalingen over het gebruik van de standplaats

Artikel 3.1. Persoonlijk innemen standplaats

  1. 1

    De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

  2. 2

    De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

  3. 3

    De standwerker mag zich alleen doen bijstaan door degene die hij overeenkomstig artikel 2.12, derde lid bij de marktmeester heeft aangemeld.

Artikel 3.2. Aantal keren innemen standplaats

De vergunninghouder neemt ten minste eenmaal per twee weken en ten minste tienmaal per dertien weken zijn plaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3 en 3.4.

Artikel 3.3. Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden

  1. 1

    De vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste plaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.

  2. 2

    De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de betreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch, voor 8.00 uur, aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.

  3. 3

    Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de vergunninghouder als bewijs van ziekte iedere drie maanden een geneeskundige verklaring aan het college, tenzij het college hiervan ontheffing heeft verleend.

Artikel 3.4. Ontheffing en vervanging

  1. 1

    In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste plaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de plaats op de markt in te nemen.

  2. 2

    Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.

Artikel 3.5. Legitimatie en identiteit vergunninghouder

  1. 1

    Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.

  2. 2

    De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 3.6. Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

  1. 1

    Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan één uur voor aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen dan wel goederen aan of af te voeren.

  2. 2

    De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven in nemen.Het college kan van deze verplichting ontheffing verlenen.

  3. 3

    Indien de vergunninghouder zijn vaste plaats niet uiterlijk om 08.30 uur heeft ingenomen, wordt de betreffende plaats voor die dag als dagplaats aangemerkt.

  4. 4

    Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder de marktmeester vóór dit tijdstip, onder opgave van een geldige reden die hem belet tijdig aanwezig te zijn, heeft verzocht de plaats vrij te houden.

Hoofdstuk 4. Straf -, overgangs - en slotbepalingen

Artikel 4.1. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 4.2. Intrekking vergunning en schorsing

Het college kan een vergunning voor een vaste plaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat: a het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog. c niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Artikel 4.3. Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkerplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkerplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, gelegen binnen een periode van twee jaar na de bekendmaking van het besluit tot uitsluiting, indien deze: a het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkerplaats. d niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Artikel 4.4. Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college, indien het dit noodzakelijk acht, een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij:a het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkerplaats.

Artikel 4.5. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 4.6. Bijzondere opsporingsambtenaren

(Vervallen).

Artikel 4.7. Inwerkingtreding en vervallen oude regeling

  1. 1

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking van de verordening.

  2. 2

    Met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Staphorst 2004, vastgesteld door de raad op 18 november 2003.

Artikel 4.8. Overgangsbepalingen

  1. 1

    Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens 'Verordening op de markt te Staphorst 2004' blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

  2. 2

    Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens 'Verordening op de markt te Staphorst 2004', blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

  3. 3

    Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.

  4. 4

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 4.9. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking.

Artikel 4.10. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening op de warenmarkt voor de gemeente Staphorst 2006'.